11/11 (Dag 1) 

Amsterdam – Abidjan: Vlucht met TAP-Portugal. Vertrek Amsterdam: 13:25. aankomst Lissabon: 15:25 (Vlucht TP0673). Vertrek Lissabon 18:00, aankomst Abidjan 23:15 (Vlucht 1507). Overnachting in The Elephant’s Nest. De nieuwe overlandersplek in Abidjan.
___________________________________________________________________________________________

12/11 (Dag 2)

Abidjan Yamoussoukro: Vertrek rond het middaguur uit Abidjan. Aankomst Yamoussoukro tegen 18h. Aan de rand van de stad Abidjan bevindt zich het Banco-reservaat waar deze tijd van het jaar (pal na de regentijd) vooral de aantallen vlinders indruk maken (zie de foto's). 
Tussen Abidjan en Yamoussoukro loopt de enige vierbaans autosnelweg van het land. Wellicht nog enkele stops. De weg loopt door een deel van het land dat een aaneenschakkeling is van grote plantages: cacao, bananen, ananas, teak, koffie en rubber. ’s Avonds eten we uiterst relaxed op het grasveld voor het hotel (aan de rand van de vijvers die behoren tot de Cathédral de la Paix, de replica van de Sint Pieter). Er zijn daar veel vogels. Een waanzinning moment voltrekt zich tegen zonsondergang wanneer honderdduizenden fruitbats van hun slaapplekken over de stad heen trekken om zich tegoed te doen aan het fruit van de plantages rond de stad.

___________________________________________________________________________________________


13/11 (Dag 3)

Yammoussoukro- Daloa: Over een geasfalteerde weg vol met gaten komen komen we na een dikke 100 km bij het Parc de Marahoué. Zoals de meeste parken in West-Afrika vrijwel helemaal leeggestroopt. De laatste olifanten zouden zijn geëvacueerd naar het grotere Comoë in het noorden. Wat de vogelpopulatie aangaat, daar valt op internet weinig te vinden. Klaarblijkelijk is er weinig onderzoek naar gedaan. We overnachten in hotel Pacific in Daloa en gaan voor het eten naar een leuk restaurant in de stad.

___________________________________________________________________________________________

14/11 (Dag 4)

Daloa – Man: Een bezoek aan het grootste regenwoud-reservaat van West-Afrika, het Tai-reserve in het westen van Ivoorkust, zou uiteraard uitstekend passen in het concept van deze reis. Echter zijn de reisomstandigheden in dit gebied niet altijd ideaal. Er zijn nog altijd tribale conflicten die van tijd tot tijd tot geweldsuitbarstingen leiden. Vorig jaar moesten we Taï overslaan omdat de regentijd een maand langer duurde dan normaal en de wegen onbegaanbaar waren. Mocht het deze keer wel lukken, dan blijven twee dagen (15e en 16e) in dit gebied. We bevakeren dan in een campement aan de rand van het woud. Een eventueel programma voor deze dagen volgt later. De 17e rijden we dan rechtstreeks naar Nzerekoré in Guinee over een nieuwe door de Chinezen aangelegde weg over de flanken van Mont Nimba. Zo niet, dan rijden we door naar Man waar we ons intrek nemen in hotel Les Cascades.

___________________________________________________________________________________________

15/11 (Dag 5)

Man - Morigbadougou: Na het ontbijt maken we even een toeristisch uitstapje naar de ‘cascades’. De jungle, rotsen en water garanderen veel vogels. Daarna op stap naar de Touba, ongeveer 80 km ten noorden van Man. Het regenwoud maakt plaats voor de savanne. Een open landschap. De eerste widowbirds met hun lange staartveren fladderen over de weg. Na Touba rijden we de piste op richting de Guineese grens. Een route die door toersiten nauwelijks wordt gereden. Na de grenspassage voorbij Ouanihou slaan we ons bivak op op een veldje bij het dorp Morigbadougou, bewoond door de veelal animistische Dan. Een spontane ‘soiree culturel’ met een spectaculaire ‘steltendans’ door  gemaskerde dansers van een geheim genootschap is moeilijk te garanderen, maar de kans daarop is gezien eerdere ervaringen groot.

___________________________________________________________________________________________

16/11 (Dag 6)

Ouahinou – Nzérékoré: In de ochtenduren maken we een wandeling door het gebied. Deels pastoraal, maar afgewisseld door jungle en open gebied. We hebben nog een spannende rit voor de boeg over smalle weggetjes met van boomstammen gemaakte bruggetjes waarover het soms moeilijk manoeuvreren is. Afhankelijk van het moment van aankomst in Lola bekijken we of er nog tijd is om de chimpansees van Bossou bij Mont Nimba te bezoeken. Lukt dat niet, dan gaan we de volgende dag, lukt dat wel dan besteden we de volgende dag aan een bezoek aan Diëke-woud tussen Nzerekoré en de Liberiaanse grens.

___________________________________________________________________________________________

17/11 (Dag 7)

Nezerekore – Bossou – Mont Nimba – Nzérékoré: Uiteraard gaat het deze reis vooral om vogels. Maar wanneer je reist door het land dat van alle landen in West-Afrika de meeste chimpansees telt, moet je daar iets van gezien hebben. Dat doen we bij het dorp Bossou dat tegen de flanken van Mont Nimba ligt. Daar leeft een groep chimpansees al generaties in een soort van symbiose met de bewoners. Onderwerp van talloze documentaires en reportages. De chimpansees leven in semi-vrijheid. Ze zijn zo gewend aan mensen dat ze tot op enkele meters benaderd kunnen worden. Na afloop rijden we een stuk richting Mont Nimba, de hoogste berg van West-Afrika op het drielandenpunt van Guinee, Liberia en Ivoorkust.

___________________________________________________________________________________________

18/11 (Dag 8)

Nzerekore – Ziama: Na ons vertrek uit het hotel in Nzerekoré rijden we eerst langs het directoraat van wat bij ons Staasbosbeheer zou heten om een toestemming te vragen voor een bezoek aan het Ziama-park. Daarna rijden we over een prima geasfalteerde weg naar het stadje Seredou, nabij het park.We zijn hier onderhand oude bekenden en zullen ongetwijfeld weer hartelijk worden ontvangen door de staf. Er staan hier drie verwaarloosde huizen die stammen uit het koloniale tijdperk. Er zijn bedden. Maar gelukkig hebben we ook tenten! De gezellige veranda met de grote tafel en het gezelschap van directeur Baboucar Diallo zijn de grootste waardes van deze beschaduwde plek waar het in combinatie met de hoogte (zo’n 1000 meter) goed te harden is.

___________________________________________________________________________________________

19/11 (Dag 9)

Ziama Forrest - Voor vogelaars is de picathartes de Guinee (witnekkaalkopkraai) wel de interessantste bewoner van het reservaat. Beide voorgaande jaren hebben we een poging ondernomen de vogel te zien, maar de plek is heel moeilijk te bereiken. Zeker niet in een dag. We hebben directeur Diallo gevraagd om een tweedaagse expeditie te organiseren. Let wel, dit is een lichamelijk behoorlijk zware inspanning. De bergen zijn steil en dichtbegroeid en garantie dat we de vogel zullen zien is er niet.

___________________________________________________________________________________________

20/11 (Dag 10)

Ziama Forrest - Gueckedou: Voor het geval niet iedereen mee gaat op expeditie naar de picathartes, is er ook voor de achterblijvers een programma. Eveneens een klim de bergen in, maar dan op meer bescheiden schaal. Liefhebbers van vlinders komen hier – zo vlak na het regenseizoen – aan hun trekken. Het wemelt er van. Talloze soorten, in alle kleuren. Ook vogels zijn hier in grote aantallen en soorten. Een daarvoor hoeft men zich niet eens ver van het kamp te verwijderen. Het is sowieso niet erg makkelijk om de vogels in de bomen door het dichte gebladerte te zien. Dat loont zich meer In de open gebieden en de rijstvelden die in het woud liggen. In de avonduren zijn dat bovendien erg interessante plekken voor boomkikkers. Een goede zaklantaarn is hierbij onontbeerlijk. In de (koele) nachtelijke uren is de kans op het zien van zoogdieren bovendien veel groter. De pangolin (schubdier) en diverse duikersoorten (kleine antilopen) komen hier voor. Ook een kudde bosolifanten en dwergnijlpaarden behoren tot de inventaris van het park, maar het is vrijwel uitgesloten die te zien. Van de olifanten zijn alleen beelden van cameravallen gemaakt door mensen van Flora en Fauna International, een organisatie die in ons kamp een eigen gebouw heeft.


In de loop van de middag worden de expeditieleden met de auto’s weer van het basiskamp gehaald en vertrekken we richting Gueckedou. Het grootste deel van de weg daar naar toe is prima. De laatste 35 km zijn zeer slecht. Om 18 h komen we aan bij ons hotel in Gueckedou. De tuin van het hotel is een prachtige vogelplek aan de rivier de Mano, waar het zowel in de avond- als in de ochtenduren goed vogelen is. 

___________________________________________________________________________________________

21/11 (Dag 11)

Gueckedou - Farranah: Na het ontbijt vertrekken we uit Gueckedou. Uiteraard na eerst nog wat te hebben gevogeld bij de rivier. De eerste 20 km van de weg vanaf Gueckedou zijn nog steeds erbarmelijk. Daarna komen we op een hagelnieuwe weg, aangelegd door de EU. Tot aan Farranah. Ook daarna blijft de weg prima, hoewel het oppassen is bij de bruggen in de dalen. Het wegdek kan daar soms wel tot 10 cm hoger of lager zijn dan het asfalt. Naarmate we Faranah naderen zien we aan de rechterkant een groot wetland. Dit is de vallei van de Niger. De rivier nadert de weg op enkele plaatsen op enkele meters afstand. Daar gaan we even kijken. Wellicht de eerste egyptian plover van de reis? Ook hotel Frya is niet ver van de Niger. Dus ook na aankomst en voor zonsondergaang is er tijd voor een kijkje. Ons hotel heeft geen restaurant. Eten doen we daarom een stukje verderop waar een moeder en dochter een eenvoudige maar voedzame streetfood-tent runnen.  

___________________________________________________________________________________________

22/11 (Dag 12)

Faranah – Dalaba: Vandaag hebben we ongeveer 300 km voor de boeg. Dat lijkt niet veel, maar de gemiddelde snelheid is zo’n 30 a 40 km per uur. Niet eens zo zeer omdat de weg zo slecht is, maar omdat we elke paar kilometer wel door een dorpje moeten waar enorme drempels liggen, waardoor de auto’s steeds terug moeten schakelen naar de eerste versnelling. Uiteraard zijn er verschillende plekjes die we op hun vogelvoorkomen inventariseren.

___________________________________________________________________________________________

23/11 (Dag 13) Dalaba – Labé – Bron van de Gambia: We zijn inmiddels van de savanne bij Farannah in de bergen van de Fouta Djalon beland. Een prachtig middelgebergte met veel rivieren, watervallen en stroomversnellingen. Het gebied geldt als de spons van West-Afrika. De drie grootste rivieren van dit deel van het continent krijgen hier hun debiet. De Gambia en de Senegal (dwz de twee rivieren die na hun samenvloeien in Mali de Senegal vormen) ontspringen hier. De Niger wordt pas een majestueuze stroom nadat de zijrivieren die in dit gebied ontpringen zich bij haar voegen. In en rondom de moerassen in de dalen van het gebied leven maar liefst 35.000 chimpansees. De grootste dichtheid van deze primaat ter wereld. Enkele kilometers van Labé sijpelt vanonder een paar stenen wat water. Het is het begin van de Gambia. Een rivier die we op het laatste deel van deze reis nog vaak zullen zien en waarbij we wellicht vaak terugdenken aan dat straaltje water bij Labé, want we gaan er naar op zoek. Dat we onderweg veel vogels tegen zullen komen laat zich raden. We overnachten in Labé in hotel Saala.

___________________________________________________________________________________________

24/11 (Dag 14)

Labé – Sambailo: De weg van Labé naar de grens met Senegal is een traject waar je tot enkele jaren geleden twee lange reisdagen voor uit moest trekken. Inmiddels is de weg geasfalteerd. Op een een stuk van 25 kilometer na. En dat is eigenlijk het leukste deel van deze dag. Een avontuurlijk stukje piste, met tijdens de vorige editie veel vogelwaarnemingen. Vooral de grote kolonie roodkeelbijeneters rechtvaardigt een korte stop. Nabij Sambailo ligt het hoofdkwartier van het park Niokolo Badiar. Daar zitten ongeveer twintig rangers zich ongelooflijk te vervelen. Tijdens ons bezoek vorig jaar werden we min of meer gedwongen te schrijven in het ‘livre d’or’. De laatste reactie voor ons was van drie jaar eerder. Eind jaren negentig werd er in dit park een project opgezet met financiële steun Unesco. Jarenlang onderzoekswerk ligt in een van kamers onder een inmiddels dikke laag vleermuizenpoep te verstoffen. Het hotel in Sambailo is het beste hotel van Guinee ten noorden van Labé. Maar om eerlijk te zijn zegt dat meer over de overige hotels dan over dit hotel.

___________________________________________________________________________________________

25/11 (Dag 15)

Sambailo – Wassadou: Ongeveer 100 meter van het hotel ligt deel één van de grensovergang. Hier moet de uitvoer van de auto’s geregeld worden. Ongeveer 20 km verderop bij de werkelijke grens is deel twee waar we de paspoorten moeten laten stempelen. In dit uitgestrekte en vrijwel onbewoonde gebied is het vervolgens dan nog 40 km tot de Senegalese grens. Wanneer we de grenspaal voorbij zijn ligt aan de rechterkant het Niokolo Koba reservaat, dat met Niokolo Badiar een transnationaal park vormt. Maar beide parken leiden hevig onder stroperij. In Senegal wordt er echter adequater opgetreden dan in Guinee. In sommige delen van het Senegalese deel wordt zelfs het leger ingezet. Dat lijkt te helpen. De laatste jaren vertonen de populaties weer een lichte stijging. Met name de paardenantilopen en de leeuwen. Zeker wat de leeuwen aangaat is dat goed nieuws. De West-Afrikaanse ondersoort van de leeuw is vrijwel identiek aan de uitgestorven Noord-Afrikaanse leeuw, bekend van de Romeinse arena’s. Over een goede geasfalteerde weg rijden we naar Tambacounda, waarvandaan het nog een uur rijden is naar het campement in Wassadou. Dit is een fijne plek aan de oever van de Gambia. Soorten waarvan de waarneming van een exemplaar de vakantie van een Gambia-ganger al geslaagd maakt zie je hier vaak al in een middag: krokodillenwachter, Afrikaanse watertrapper, karmijnrode bijeneter, glansijsvogel en met wat geluk Pel’s visuil.

___________________________________________________________________________________________

26/11 (Dag 16)

Wassadou – Niokolo Koba: Vandaag maken we een uitstapje naar het Niokolo Koba-park. Daarvoor moeten we ongeveer 40 km rijden naar de hoofdingang bij Dar Salami. Met een gids rijden we vervolgens naar het centrale deel, waar het eind november nog nat is van de regentijd. Op de 35 km lange piste van de ingang naar het centrale deel hebben we waarschijnlijk al diverse keren de imposante noordelijke hoornraaf gezien. In het park zelf zien we soorten die in Senegambia nauwelijks voorkomen, maar die wij al kennen van het het zuiden. Sporenwiekganzen, diverse ooievaarsoorten waaronder wellicht de Afrikaanse maraboe, gekroonde  kraanvogels en meer. Na het bezoek aan het park keren we terug naar het campement in Wassedou.

___________________________________________________________________________________________

27/11 (Dag 17)

Wassadou - Tendaba We beginnen vandaag om 7h met een boottochtje over de Gambia-rivier. Daarbij grote kans op de eerder genoemde vogels, nagenoeg alle in deze regio voorkomende ijsvogels, maar ook nijlpaarden. Antilopes die aan de oever drinken en groepen apen. Overigens wordt de omgeving van het campement bewoond door twee groepen bavianen, die in de ochtend- en avonduren luidruchtig over het terrein rennen of kabaal maken in de grote kapokboom. Na de boottocht keren we terug naar het campement en maken we ons op voor vertrek. De route gaat via Tambacounda naar de Zuid-Senegalese stad Velingara waar we lunchen. De grensovergang bij Velingara naar Gambia verloopt in de regel vlot. Na een bezoek aan een zandafgraving bij Bansang waar verschillende bijeneters voorkomen rijden we vlot door over de weg parallel aan de rivier tot het bekende vogelaars resort Tendaba.

___________________________________________________________________________________________

28/11 (Dag 18)

Tendaba – Marrakissa: Een bootttochtje door de mangroves aan de noordoever van de Gambia staat facultatief op het programma. Om een uur of elf stappen we in ieder geval in de auto’s voor het laatste deel van de rit. Van Tendaba naar Marakissa, dat andere fraaie vogelaarsonderkomen in Gambia: Marakissa Rivercamp van Joop Hermse en zijn vrouw Adama. Daar kan nog even gerelaxed en eventueel wat geslapen worden, alvorens we rond middernacht afreizen naar het op korte afstand gelegen vliegveld voor de terugreis.

___________________________________________________________________________________________

29/11 (Dag 19)

Banjul - Amsterdam: Terugvlucht met TAP - TP1497. Vertrek 02.00, aankomst Lissabon 06:05; Vlucht TP 0647 Vertrek Lissabon: 8:30. Aankomst Amsterdam 12:35.