DAGPROGRAMMA TRANSSAHARA (noord- zuid)

 

 

Dag 1: Amsterdam - Agadir

Vertrek: 15:25 Amsterdam 
Aankomst: 18:25 Agadir

De Nissans staan vanaf 18 uur op de parkeerplaats van het vliegveld en de organisatie is aanwezig in de aankomsthal. Hotel Joubir in Ait Melloul, een rustige voorstad van Agadir, ligt op tien minuten rijden van het vliegveld. We eten in een naburig restaurant.

 

 

Dag 2: Agadir - Tan Tan

350 km

Massa. Hoogtepunt van menig Marokko vogelreis is voor ons een voorafje. Ook vandaag: een waterbassin met zeldzame eenden en een palmentuin met de eerste woestijnvogels.

Heremietibissen in Massa
Bij Palmerie Aouzeralt
Na het ontbijt in het hotel richting Massa, een vogelpark 50 km verderop. Daar brengen we de ochtend door. Een wandeling van ongeveer 5 kilometer naar de monding. Voor wie dat te ver is kan de afstand moeiteloos ingekort worden. Links de rivier met flamingo’s, reigers visarenden lepelaars en vele andere watergebonden vogels. Aan de rechterkant zangvogels in de struiken waaronder de spectaculaire diadeemroodstaart. Landinwaarts een moerasgebied met de marmereend en zwarte ibissen. Ten slotte met de gids op zoek naar de kolonie hermemietibissen, de soort waaraan het park haar bekendheid geniet.
 
Rond de klok van 14 uur reizen we weer verder. Een aantal kilometers voorbij de stad Guelmim komen we bij een drinkwaterreservoir waar grote aantallen watervogels zitten, waaronder marmereenden en casarca’s.
Enkele kilometers verder een afslag naar de oase Aouzeralt. Woestijnvogels als diksnavelleeuweriken en woestijnvinken hebben we hier gezien. En zelfs de woestijnoehoe zat hier slapend in een palm.
Het vervolg gaat over een steppegebied tussen de uitlopers van de Anti-Atlas en Jebel Bani. Veel roofvogels in de lucht, waaronder grijze wouw, bruine en grauwe kiekendief, slangenarend, arendbuizerd en havikarend.We overnachten in Hotel Sable d’Or in Tan Tan.

 

 

Dag 3: Tan Tan - Laayoune

300 km

Een dagje langs de kust. Maar de woestijn is nooit ver. Zoals bij de met zandduinen omzoomde oceaanlagune Lac Naila in het vogelreservaat Khenifiss. 

Canyon Oued Zahar
Khenifiss
Voorbij Akhfenir monden tijdelijk watervoerende rivieren (wadi's) uit in de Atlantische Oceaan. Deze estuaria met water, rotsen en zandduinen bieden mooie landschappen en zijn het decor voor veel vogels.

Bij het stadje Akhfenir gaan we ongeveer 20 km landinwaarts naar de canyon van Oued Zahar. Met wat geluk zien we hier de blauwe rotslijster en tal van roofvogels.

Na het bezoek aan de canyon gaan we weer terug naar Akhfenir voor de lunch. In de hoofdstraat een keur aan restaurantjes die hun achterdeur op de Atlantische Oceaan hebben. Verser kun je de vis niet hebben.

Even voorbij Akhfenir ligt het Khenifiss Nationaal Park.  Dit park ligt om een lagune (Lac Naila) die door een rij zandduinen is afgeschermd van de oceaan. Bij laag water is een wandeling over de drooggevallen platen mogelijk. Aan het eind van de Khenifiss-lagune wordt zout gewonnen in zoutpannen. Geen vogel te bekennen, maar leuk voor een kijkje.

In Laayoun verblijven we in Hotel Mekka (of gelijkwaardig). Er is een prima restaurant pal tegenover het hotel en sinds begin dit jaar zelfs een McDonalds …

 

 

Dag 4: Laayoune - Dakhla

550 km

De langste etappe van de reis. Fraaie kliffen aan de kust en bloemen in de Sahara. En een zoektocht naar een heel klein vogeltje in een hele grote woestijn.

Kliffen n'Amiya
Bloemenvallei Oued Craa
In de ochtendschemering een kort bezoek aan de nabijgelegen Saquia Al Hamra.  De afgelopen jaren wemelde het er van de marmereenden (elders zeldzame waarneming). Verder steltkluten, dodaars, geoorde futen, zwarte ibissen en koereigers. Daarna terug naar de stad voor het ontbijt.
Vandaag is de langste etappe van de reis: 550 kilometer. Hoewel vele delen saai en eentonig zijn, toch voldoende interessante plekken voor een stop. We noemen: de plek waar grote fossiele jacobsschelpen voor het oprapen liggen en de maquiszanger zich schuilhoudt. De bloemenpracht in de nabijheid van het restaurant Oued Craa (lunch) en vooral de kliffen van N'Amiya, die misschien wel de fraaiste kijk op de kustlijn bieden. En daarnaast een vindplaats voor zandrozen en fossielen zijn.
Een onverwacht schouwspel aan het begin van het schiereiland waarop Dakhla ligt: kitesurfers. Vanuit de hele wereld trekken die hier naar toe. Ook staan er honderden campers van overwegend Franse overwinteraars.
Even buiten Dakhla ligt camping Moussafir. Voor het avondeten bezoeken wij Casa Luis, het Spaanse restaurant in het centrum. De laatste gelegenheid voor een glas wijn of bier bij het eten voor we alcoholvrij Mauritanië in gaan. 

 

 

Dag 5: Dakhla - Aousserd

240 km

Vogelaars uit heel de wereld reizen er speciaal voor naar toe. Oued Jenna, diep in de woestijn van de Westelijke Sahara, is een van de bonussen van deze reis.

Dakhla. Land's end
Oued Jenna
Na het ontbijt een uitstapje naar het puntje van de landtong. Een populaire plek voor het zien van zeevogels. Meeuwensoorten, sterns, stormvogels en jan-van-genten. In de 'oksel' van de landtong van Dakhla ligt een met dicht zeegras begroeid waddengebied. Dat trekt net als in de Waddenzee en de Banc d'Arguin onder meer steltlopers, lepelaars en flamingo's aan.
Een paar kilometer voorbij deze plek slaan we af naar het binnenland. Daar arriveren we aan het eind van de middag bij de voor woestijnbegrippen overvloedig begroeide oued Jenna bij de garnizoensplaats Aousserd Een bij vogelaars populaire plek die bekend staat om zijn grote concentratie woestijnvogels, waarvan een aantal (bruinruggoudmus en goudgele nachtzwaluw) nergens zo noordelijk te zien zijn  
We slaan er een tentenkamp op en koken een eenvoudige maaltijd. De schitterende woestijnnacht is een extraatje dat nog lang zal heugen.

 

 

 

Dag 6: Aousserd (Oued Jenna) - Barbas

400 km

Terug naar de kust en eindelijk in de tropen. En een chique hotel aan het eind van de wereld.

Ook hier zijn vogels!
Baie de Cintra
Bij het krieken van de dag wakker worden in deze vogeloase in de woestijn. Met een broodje tonijnsalade en een beker koffie in de hand op zoek naar de speciale soorten die hier worden waargenomen, zoals krekelprinia, goudgele nachtzwaluw, bruinruggoudmus en bruingele babbelaar.
De terugweg is dezelfde als gistermiddag er naar toe. Maar geheid dat er onderweg weer van alles is te zien en te fotograferen. Aangekomen bij de kustweg slaan we linksaf in zuidelijke richting. Ongeveer tien kilometer voorbij de het dorpje Argoub passeren we de Kreeftskeerkring en zijn we officieel in de tropen.
Het fraaie deel langs de Baai van Cintra vindt de Michelinkaart een groene lijn waardig. Bovendien stuit de wandelaar hier bij vrijwel elke stap op restanten uit de prehistorie. Vuurstenen arctefacten en zelfs enkele ongeregistreerde grafheuvels. Want net als andere delen van de Sahara is dit gebied archeologisch nauwelijks nog in kaart gebracht.
Na nog een dikke 100 saaie woestijnkilometers komen we aan in het dorpje Lamhairiz met het in klassieke stijl opgetrokken groteske drie etages grote hotel Barbas. Het is er lekker eten, douchen (prettig na een campement in de brousse) en slapen. En er is wi-fi. Inchallah.

 

 

Dag 7: Barbas (Lamhairiz) - Cap Blanc - Nouadhibou

160 km

Een honkvaste leeuwerik en een bezoek aan nummer vijf op de lijst van meest bedreigde zoogdieren. 's Avonds een drie sterrendiner.

Cap Blanc
Monniksrob
Na een overnachting in het comfortabele hotel Barbas zorgen we dat we om negen uur bij de grens zijn. Bij het laatste tankstation in de Westelijke Sahara heeft een Temmincks strandleeuwerik een vaste plek. In de regel neemt de grensovergang een halve dag in beslag. Een lokale ritselaar heeft een deel van de formaliteiten al voor rekening genomen. In het 50 km verderop gelegen Nouadhibou kwartieren we ons in in Campement Baie de Levrier van de symphatieke Ali Mahjoub.  
Vervolgens rijden we door naar Cap Blanc aan het eind van het schiereiland. Hier veel zee- en roofvogels. De laatste jaren ook kleine groepjes (Europese) vale gieren en er is zelfs een Rüpelsgier gesignaleerd. Bovendien is het de enige plek waar de zeldzame monniksrob (vijf met stip op de lijst van meest bedreigde zoogdieren) eenvoudig in het wild te zien is.
’s Avonds een etentje in het Senegalese restaurant Les Trois Etoiles om de entree in zwart-Afrika luister bij te zetten.

 

 

 

Dag 8: Nouadhibou - Iwik

230 km 

De dag dat er een lange trein voorbijkomt en de woestijn indrukwekkender wordt wanneer we het asfalt verruilen voor het zand.

Baie d'Etoile, Nouadhibou
Oued Chibika
Na het ontbijt in de voor Mauritaanse begrippen chique expat-locatie Pleine Lune rijden we naar Baie d’Etoile net even buiten de stad. Hier veel zee- en watervogels. Na hier een uurtje rondzwerven rijden we de woestijn in op weg naar Iwik. 
Tot Bou Laounar (80 km voor Nouadhibou) rijden we parallel aan de ijzerertsspoorlijn waarover de langste treinen ter wereld (tot 2 km lang) rijden. Op 235 km van Nouadhibou passeren we het in slechts twee jaar uit de grond gestampte goudstadje Chamy. We eten er een sandwich viande (broodje kameel) en rijden daarna enkele kilometers terug om via een onverhard pad de woestijn in te gaan.
Dit is het domein van de renvogels, witbandleeuwerikken en diverse tapuitsoorten. Spannend is de passage van een duinenrij met fijn zand op 10 kilometer van de asfaltweg. Aan de hand van de gps zijn het dan nog zestig kilometer in zuidwestelijke richting naar Iwik. Daar hopen we aan het eind van de middag te arriveren op de camping.
Het wetenschappelijk centrum van de Banc d’Arguin ligt op loopafstand van de camping. Vertegenwoordigers van het NIOZ op Texel en de RuG in Groningen doen hier hun werk. Mochten zij er zijn gaan we uiteraard op visite.

 

 

Dag 9: Iwik - Nair - Iwik

Aan contrasten deze reis geen gebrek. Gisteren de hele dag in de woestijn, vandaag de hele dag op zee.

Zeilen op de Banc d'Arguin
Kanoeten en rosse grutto's
Vers bedoeïnenbrood 's ochtends bij het ontbijt. Daarna naar het vissersdorp, een kilometer verderop. Aanmonsteren op een zeilboot (lanche) met driehoekig Arabisch zeil. Die brengt ons naar het eiland Nair. Een tocht waarbij jagende Jan van Genten, sterns en laag overvliegende stormvogels voor afleiding zorgen. Regelmatig begeleid door een school nieuwsgierige dolfijnen.
Nair is een hoogwatervluchtplaats. In de uren voor hoogtij komen duizenden vogels aangevlogen. Rijen pelikanen, lepelaars, flamingo’s, aalscholvers. Maar de wolken met tienduizenden steltlopers zorgen voor het meeste spektakel. Als de omstandigheden (het tij en de wind) meezitten is dit een waarlijk hoogtepunt van de reis.
Het is moeilijk te voorspellen wanneer we weer terug zijn. De sterkte van de stroming en de richting van de wind bepalen dat. 

 

 

 

 

Dag 10: Iwik (Banc d'Arguin) - Nouakchott

300 km

Woestijnmussen zijn dol op de kruimels van een broodje kameel. De schoonste toiletten van Mauritanië en een hoge zandduin.

De woestijn bij Chamy
Visafslag Nouakchott
Na weer een ontbijt met vers bedoeïnenbrood, verlaten we om een uur of negen Iwik. We rijden dezelfde weg terug naar het asfalt. Bij oued Chibka speuren we in de begroeiïng naar de talrijke woestijnsoorten als tapuiten, klapeksters, leeuweriken en prinia’s.
De lunch nuttigen we bij het zogeheten Gare du Nord, een tankstation halverwege Nouadhibou en Nouakchott. Woestijnmusen hopen een kruimeltje mee te pikken van wederom een broodje kameel. Om de hoek ligt het bezoekerscentrum van de Banc d’Arguin waar we uiteraard even aansteken. Al was het maar voor de toiletten. Schoner dan hier vind je ze niet in Mauritanië.
Halverwege Chamy en Nouakchott liggen de Azzefâl duinen. De hoogste daarvan bevinden zich op 135 km van de hoofdstad. Uiteraard een (foto)stop.
Aangekomen in Nouakchott rijden we naar de visafslag. Aan het eind van de dag komen hier de Senegalese vissers met hun kleurige houten pirogues aan wal om hun vangst te lossen.
We overnachten en dineren in Auberge Menata.

 

 

Dag 11: Nouakchott - Rosso

200 km

De dag waarop we de woestijn verlaten en de Sahel binnentreden. De ANWB-vogelgids wegstoppen en de gids Vogels van Gambia en Senegal tevoorschijn halen.

Roofvogels bij Rosso
Vogelen in de Sahel
In de ochtend een drie uur durende (200 kilometer) lange rit naar Rosso aan de grens met Senegal. Een rit waarin het landschap spectaculair verandert. Rijden we halverwege bij Tiguent nog door de zandduinen van de Sahara, bij Rosso zijn die duinen bedekt met Acacia-bomen. 
Ook de avifauna verandert mee. Steeds meer Afrotropische soorten duiken op. Vooral de soorten van de droge sahel. We maken een rondje door de landbouwvelden rond Rosso met veel van de Senegal-rivier afgetakte irrigatiekanalen. Na aankomst bij het hotel maken we zolang de duisternis het toelaat en wandeling en zien we hoe zwermen wevers van de rijstvelden terugkeren naar hun slaapplaatsen.
Facultatief is een (kampeer) overnachting op een plek tussen de met acacia’s begroeide duinen 20 km buiten Rosso. Doelsoort is de goudgele nachtzwaluw die hier erg algemeen is. Maar ook andere soorten van de droge Sahel (tokken en glansspreeuwen) zijn hier ’s ochtend uitbundig aanwezig.

 

 

Dag 12: Rosso (Mauritanië) - Diawling - Diama (Senegal)

100 km

Veel stof en een daglijst van over de honderd soorten. Het wachten voor de grens wordt beloond met een tropisch zwemparadijsje en (eindelijk weer) een koud biertje.

Diawling
Flamingo's
De deelnemers die in het hotel overnachten (en ontbijten) worden opgehaald en meegenomen naar de kampeerplek in de duinen. We rijden over een piste langs de met acacia's begroeide duinen tot aan een geïrrigeerd landbouwgebied. In de duinen zitten veel apen (groene meerkatten) en grondeekhoorns en met wat geluk landschildpadden. Wat betreft de vogels spelen roofvogels waaronder slangenarend en dwergarend de hoofdrol.
Over een stoffige piste rijden we vervolgens in de richting van het dorp Keur Macen. Een paar kilometer voorbij Keur Macen begint het Diawling vogelreservaat. Een park dat niet onder doet voor het veel bekendere Djoudj aan de overkant van de rivier. De route van 35 km door het park kenmerkt zich door heel veel afwisseling in landschap en soorten. Een daglijst van meer dan honderd specifieke soorten is eerder regel dan uitzondering.
We streven er naar om rond 16 uur aan te komen bij de grens. Daar zijn we wel een uurtje zoet. Gelukkig ligt ons onderkomen voor de avond, het jagerskamp Maka Diama, op slechts 2 km van de grens.  Het zwembad is – naast de douche een fijne manier om het stof van het lichaam te spoelen.

 

 

Dag 13: Diama - Djoudj - Diama

80 km

Djoudj staat drie op de lijst van belangrijkste ornithologische parken. De verwachtingen zijn hooggespannen. Met misschien de kroonkraanvogel en Arabische trap als toetje.

Djoudj
Uitkijktoren Khar, Djoudj
Na een ochtendwandeling over het terrein van het campement aan de oever van de Senegal-rivier vertrekken we richting Djoudj. De weg er naar toe is al een belevenis. De vogelrijkdom van deze streek beperkt zich niet enkel tot de grenzen van het park.

De hoofdroute voert over een dijk met goed uitzicht op de vogels in de moerassen. Aan het eind van de dijk is een meertje waarvandaan excursies worden georganiseerd naar de nestkolonie van de pelikanen.

Haaks op de dijk lopen twee zandwegen het park in. Aan de eerste staan enkele vogelhutten (miradors). Aan het eind van de middag rijden we het tweede pad op. Helemaal aan het eind is kans op kroonkraanvogels en (met een beetje geluk) Arabische trap.

 

 

 

 

 

 

Dag 14: Diama - Sokone

350 km

Een tocht door het Afrika zoals ons dat vroeger is ingeprent: rieten hutjes en dorre akkers. Maar ook een immense moskee midden op de savanne. En gieren. 

Gieren
Touba
Na het ontbijt stappen we in de auto’s voor een lange rit over de Senegalese savanne. Het centrale deel van Senegal, bevolkt door kuddes koeien, geiten, ezels en schapen waarvan er regelmatig eentje voor een auto belandt, is gierenland bij uitstek. Vijf soorten worden er waargenomen, waaronder de zeldzame oorgier (bij Louga) en de rüppelsgier. 
Verder is het opletten voor de Afrikaanse zwaluwstaart wouw waarvan een kolonie bij Kaolack zit. Tokken. scharrelaars, glansspreeuwen en wevers zijn overal in groten getale. Aan het begin van de middag lunchen we in Le Brasero in Kaolack.
Na Kaolack is het nog enkele kilometers naar onze eindbestemming Sokone. Daar overnachten we in het campement van de symphatieke Elimane Baba Ndao. Een bekende persoonlijkheid in het Senegalese natuurbeheer. Voor het avondeten zoeken we ons heil in een restaurant in het dorp.

 

 

 

 

Dag 15: Sokone - Palmarin

150 km

Kreekjes, poelen, meertjes en veel vogels. De Sine-Saloum. Gambia in het klein. Een reusachtige baobab waar twintig personen voor nodig zijn om de stam te omvatten.

Mangroves Sokone
Sine Saloum
Na een ochtendwandeling onder leiding van een Franse ornitholoog die in Sokone woont nemen we afscheid van de deelnemers die er voor hebben gekozen hun  vakantie te verlengen in Gambia.
De rest van de groep gaat op pad naar de Sine Saloum-delta. Bij het dorp Foundiougne nemen we de ferry. Vervolgens maken we een omweg omdat het labyrint van waterwegen van de Saloum verdere doorgang verhindert.
Bij de stad Fatick gaan we weer naar het zuiden waar het landschap al snel weer groener wordt en we tal van waterwegen passeren. Vanwege deze verscheidenheid in landschap is de variëteit aan vogels groot. Watervogels en vogels van de droge savanne. Roofvogels en gieren overal in de lucht.
Bij het dorp Fimela nemen we een kijkje in de mangroves. De onverharde weg gaat door een pastoraal landschap, waar pinda’s verbouwd worden en kuddes zubu-runderen langstrekken. Aan het eind van deze weg stuiten we op de grootste baobab van Senegal. Een reus van een boom met een omtrek van wel twintig meter
Uiteindelijk komen we aan in het campement in Palmarin dat gerund wordt door de vrouwen uit het gelijknamige dorp en waarvan de opbrengsten ten goede komen aan de lokale gemeenschap. Lotte (zeeduivel) en barracuda zijn de culinaire verrassingen die de vrouwen voor ons in petto hebben.

 

 

Dag 16: Palmarin - Dakar

180 km

Net als in de echte Dakar-rally komen we aan bij het rosse meer (Lac Rose). Maar eerst gaan we in de nabijheid van het Bandia-reservaat nog even vogels kijken.

Bandia
Joal-Fadiouth
Vanuit Palmarin gaan de eerste kilometers door een gebied dat in het natte seizoen onder water staat. Hier en daar zijn nog wat poelen met water. Dit is het gebied van het Palmarin Bird Reserve. Er zijn hier veel watergebonden vogels, zowel endemen als migranten.
Joal Fadiouth is een stad die door de Portugezen is gesticht. Veel gebouwen herinneren nog aan deze kolonisatie. De stad is – evenals een groot deel van de omgeving – overwegend christelijk. Dat verklaart de vele kruisen op het historische zeemanskerkhof op een eiland in de buurt van de haven.
Na de grote stad Mbour komen we aan bij de Petite Côte. Een toeristenhotspot voor het Francofone (Fransen en Belgen) massatoerisme. Het Bandia-park is een soort Beekse Bergen met palmen en baobabs in plaats van bronsgroen eikenhout. De dieren (giraffes, neushoorns, zebra’s en struisvogels) zijn uit Zuid-Afrika geïmporteerd.  Het bos waarin dit park ligt telt ook veel vogels. Vandaar dat we er toch een kijkje nemen.
In de loop van de middag komen we aan bij Lac Rose in de buurt van Dakar. Dit Roze Meer is vooral bekend als finishplaats voor de Dakar-rally toen die nog in Afrika werd verreden. 

 

 

Dag 17: Dakar

De laatste dag. Voor we in het vliegtuig stappen brengen we de dag door in Dakar met een mogelijke knaller van een waarneming.

We brengen de dag door in Dakar. Vlak voor de kust van deze stad ligt het kleinste nationale park ter wereld: National Park Iles de la Madeleine. We gaan proberen een bezoek te brengen aan dit NP. Want naast de Galapagos Eilanden is dit de enige plek ter wereld waar de Roodsnavelkeerkringvogel broed. Na een afscheidsdiner in Restaurant Trarza rijden we tegen 21 uur naar het vliegveld. Om 23.45 brengt het toestel van Iberia ons via Madrid terug naar Amsterdam, waar we maandag 22 januari rond 11 uur ’s ochtends aankomen.

 __________________________________________________________________________________________________

De prijs van deze reis is € 2.100,-

Inbegrepen bij de prijs: De vliegtickets, visa, het vervoer op locatie, de accommodatie, het eten en niet alcoholisch drinken, alle excursies (tenzij facultatief), kosten gidsen, entree parken.