Dag 1 - Vlucht Amsterdam – Dakar (30 km)

30 km verharde weg

Aankomst op vliegveld Leopold Senghor om ongeveer 20:30. De auto’s staan gereed op de parkeerplaats van het vliegveld en brengen ons in 45 minuten naar het hotel bij het beroemde Roze Meer, net buiten Dakar.

Lac Rose

Dag 2 - Dakar (SN) naar Palmarin (SN)

Totaal (140 km)
100 km asfalt
40 km piste (goede staat)

Ontbijt om 8:00

Een korte wandeling naar het Roze Meer. Het meer dankt zijn naam aan de roze kleur van het water, veroorzaakt door de Dunaliella Salina Alg. Het zoutheidspercentage is op sommige plekken meer dan 40 procent.

Om 10:30 vertrekken voor de trip naar Palmarin. We nemen de kustweg ten zuiden van Dakar langs de streek die bekend staat als de Le Petite Côte waar veel Europese vakantiegangers verblijven. Bij het dorp Sindia is een groot bos van Baobab-bomen met een wildreservaat waar veel Afrikaans grootwild rondloopt. Helaas zijn de meeste dieren geïmporteerd vanuit Zuid-Afrika. Maar er zijn ook maar liefst 120 soorten vogels. We maken een korte stop in de nabijheid van het park.

Om 14:00 is er een lunch in Saly

Na de lunch rijden we verder in de richting van de grote stad Mbour. De hoofdweg naar links naar het binnenland, wij vervolgen de kust en komen uit bij Joal Fadiouth, een van de oudste – door Portugezen gestichte - nederzettingen van Senegal. We kijken er even rond.

We hebben nog 40 km piste te gaan tot de eindbestemming van vandaag, Palmarin. Op 15 km van Joal-Fadiouth komen we langs de grootste baobab boom van Senegal. Het laatste deel naar Palmarin gaat door een gebied dat in het natte seizoen onder water staat. Hier en daar zijn nog wat poelen met water. Dit is het gebied van de Palmarin Bird Reserve. Er zijn hier veel watergebonden vogels, zowel endemen als migranten.

Uiteindelijk komen we aan in het campement in Palmarin dat gerund wordt door de vrouwen uit het dorp en waarvan de opbrengsten ten goede komen aan de lokale gemeenschap.

Dinner 20:00

Wevers bij Bandia
Christelijke begraafplaats bij Joal-Fadiouth

Dag 3 - Van Palmarin (SN) naar Sokone (SN)
Totaal 190 km
150 km asfaltweg (redelijke staat)
40 km piste (redelijke staat)

Breakfast at 8:00

We rijden vanochtend terug door het Palmarin Bird Reserve. Op de kruising bij de grote baobab slaan we af naar rechts het binnenland in. De onverharde weg gaat door een pastoraal landschap, waar pinda’s verbouwd worden en kuddes zubu-runderen langstrekken. Bij het dorp Fimela nemen we een kijkje in de mangroves.

Vervolgens maken we een omweg omdat het labyrint van waterwegen van de Saloum verdere doorgang verhinderen. Bij de stad Fatick gaan we weer naar het zuiden waar het landschap al snel weer groener wordt en we tal van waterwegen passeren. Vanwege deze verscheidenheid in landschap is de variëteit aan vogels groot. Watervogels en vogels van de droge savanne. Roofvogels en gieren overal in de lucht.

Bij het dorp Foundiougne nemen we de ferry. Aangekomen aan de overkant is het nog een dikke 50 kilometer tot onze overnachtingsplaats Sokone, waar we overnachten in Auberge Delta du Sokone van de vriendelijke Elimane Baba N’dao.

Aalscholvers in de Saloum Delta
De sahelscharrelaar.

Dag 4 - Van Sokone (SN) to Diama (SN) 

Totaal - 268 km
220 km asfaltweg (goede conditie, met verkeersdrempels)
50 km asfaltweg (redelijke conditie)

Ontbijt om 8:00

Onze gastheer Baba is een bekende persoonlijkheid in het Senegalese natuurbeheer. Hij regelt dat een bekende Franse ornitholoog die in Sokone woont ons op onze ochtendwandeling begeleidt.

’s Middags stappen we in de auto’s voor de toch pittige reis naar het noorden van het land. De rit gaat voornamelijk over droge savanne. Onderweg zijn er verschillende stops.

14:00 Kaolack: lunch bij Le Brasero.

Het centrale deel van Senegal, bevolkt door kuddes koeien, geiten, ezels en schapen waarvan er regelmatig eentje voor een auto belandt, is gierenland bij uitstek. Vijf soorten worden er waargenomen, waaronder de zeldzame oorgier (bij Louga) en de rüppelsgier.

Verder is het goed opletten voor de Afrikaanse zwaluwstaart wouw waarvan een kolonie bij Kaolack zit. Tok’s. scharrelaars, glansspreeuwen en wevers zijn overal in groten getale.

Later in de middag arriveren we in Touba. Een stad die de laatste jaren enorm is gegroeid en momenteel na Dakar de tweede stad van het land is. Touba is de heilige stad van het soefi-genootschap de Mouriden. De grote moskee in het midden van de stad is de grootste moskee in Afrika ten zuiden van de Sahara.

Aan het begin van de avond arriveren we in Saint Louis. Van daar is het nog 30 km naar onze eindbestemming Campement Maka Diama aan de Senegal rivier.

Diner om 20:30 uur

Sokone
Gieren bij Louga

Day 5 - National Park Djoudj
Totaal: 80 km
80 km piste

Ontbijt om 7:30

Na een ochtendwandeling over het campement aan de oever van de Senegal-rivier vertrekken we richting Djoudj. De weg er naar toe is al een belevenis. De vogelrijkdom van deze streek beperkt zich niet enkel tot de grenzen van het park.

De hoofdroute voert over een dijk met goed uitzicht op de vogels in de moerassen. Aan het eind van de dijk is een meertje waarvandaan excursies worden georganiseerd naar de nestkolonie van de pelikanen.

Haaks op de dijk lopen twee zandwegen het park in. Aan de eerste staan enkele vogelhutten. (mirador). Aan het eind van de middag rijden we  het tweede pad op. Helemaal aan het eind is kans op kroonkraanvogels en (met een beetje geluk) Arabische trap. Op de terugweg in de schemering kans op nachtzwaluwen.

Entree Djoudj park
Het blikveld vanuit de uitzichttoren Khar in Djoudj

Dag 6 - Van Diama (SN) naar Rosso (MR)
Totaal: 130 km
90 km asfaltweg (prima conditie)
40 km piste

Ontbijt om 7:30

Op slechts 2 kilometer van het campement is bij de barrage van Diama de grens van Senegal naar Mauritanië. Daar zijn we wel even zoet, omdat voor ieder een biometrisch visum geproduceerd moet worden.

Daarna bevinden we ons in Diawling, de Mauritaanse tegenhanger van Djoudj. De (onverharde) weg door het park ligt op de dijk die langs de rivier de Senegal loopt.

Na de controlepost van het park is links een meer met duizenden flamingo's en misschien nog wel meer witwangfluiteenden en zomertalingen. Daarna komen we bij een moeras met krokodillen en nijlvaranen.

Elke kilometer verandert het landschap en dus de vogelsoorten. Een daglijstje van honderd verschillende vogels is mogelijk.

In de rijstvelden voorbij het park zijn vorig jaar nog tweeduizend grutto's geteld. Ook grijze wouwen zijn hier vrijwel altijd aanwezig. Tegen de avond vliegen hier miljoenen wevers in wolken aan de horizon van de rijstvelden naar hun slaapplaatsen.

In Rosso is de keus om te overnachten of Hotel Chamaama, of kamperen op een plek 20 kilometer verderop in de duinen. 's Nachts laat zich daar de algemeen voorkomende gouden nachtzwaluw in ieder geval horen en met een beetje geluk zien.

Vogelen vanaf de dam bij Diama
Poeltje in Diawling

Dag 7 - Rosso (MR) naar Nouakchott (MR)
Totaal 240 km
150 km geasfalteerd (deels met gaten, weg onder constructie)
50 km geasfalteerd (uitstekende staat)
40 km piste

Ontbijt om 7:30

De deelnemers die overnachten in het hotel worden opgehaald en meegenomen naar het kamp in de duinen. Daar is nog wat gelegenheid om te vogelen.

Daarna rijden we over een piste langs de met acacia's begroeide duinen tot aan een geïrrigeerd landbouwgebied. In de duinen zitten veel apen en grondeekhoorns. Ook landschildpadden worden er aangetroffen. Wat betreft de vogels spelen roofvogels waaronder slangenarend en dwergarend de hoofdrol.

Uiteindelijk komen we weer aan bij de dijk voor de rivier de Senegal waarover we richting Rosso rijden. Van Rosso rijden we naar de hoofdstad Nouakchott. We lunchen halverwege in de plaats Tiguent

In Nouakchott rijden we naar de visafslag waar aan het eind van de middag de vis aan land wordt gebracht. Een kleurrijk schouwspel.

Overnachting in Auberge Menata.

In de duinen bij Rosso
Visafslag Nouakchott

Dag 8 - Nouakchott to Nouadhibou
Totaal: 470 km
470 km geasfalteerde weg (goede staat)

Ontbijt om 8:00

De eerste honderd kilometer vanuit Nouakchott is het landschap dor en saai. Daarna beginnen de Azzefâl duinen. De hoogste daarvan bevinden zich op 135 km van de hoofdstad. Uiteraard daar een stop. 

De schildraven die we tot nu toe voornamelijk zagen hebben plaats gemaakt voor bruinnekraven, waarvan er tientallen bij elke nomadencampement zitten. In de acacia's langs de weg zitten soms woestijnmussen en bruinrug goudmussen.

De lunch nuttigen we bij het Relais de Chamy. Woestijnmusen hopen een kruimeltje mee te pikken. Om de hoek ligt het bezoekerscentrum van de Banc d’Arguin waar we uiteraard even aansteken.

Vogelplekken bij oued Chibika en Bou Laounar. Woestijnsoorten als tapuiten, klapeksters, leeuweriken, prunia's e.d.

Vanaf Bou Laounar (80 km voor Nouadhibou) rijden we parallel aan de ijzerertsspoorlijn waarover de langste treinen ter wereld (tot 2 km lang) rijden.

Campement Baie de Levrier (in het centrum van de stad) is onze overnachtingsplek. We eten in een heel leuk Senegalees restaurantje niet ver van het campement

De Azzefâl duinen
Oued Chibika

Dag 9 - Nouadhibou: Cap Blanc, Baie d’Etoile en de Palmentuin 
Totaal: 40 km
20 km geasfalteerde weg
20 km piste

Na het ontbijt rijden we de stad uit richting het zuidelijkste puntje van het schiereiland waarop Nouadhibou ligt. Dit is Cap Blanc en hoewel het er bijna 100 km van is verwijderd is het onderdeel van het Parc National du Banc d’Arguin (PNBA).

Cap Blanc is  vooral bekend van de monniksrob. Een zeldzame robbensoort (nummer 5 op de lijst met meest bedreigde zoogdieren). De hoofdpopulatie bevindt zich langs de kust van de Westelijke Sahara. Maar dat gebied is niet toegankelijk wegens gevaar voor mijnen. Een exemplaar bevindt zich al jaren bij Cap Blanc. De kans om het dier te zien is ongeveer 50 procent. Bij de plek waar hij zich meestal bevindt is een bezoekerscentrum gebouwd.

Behalve de monniksrob zijn er ook veel vogels. Vooral sternen- en meeuwensoorten. En veel Jan van genten op zee. Ook roofvogels laten zich regelmatig zien, waarvan de visarend het algemeenst is.

Ook zijn er regelmatig gieren. Meestal vale gieren uit Europa. Via de kust trekken die naar het zuiden. Ze strijken neer op Cap Blanc omdat het land er op houdt. Door het ontbreken van thermiek kunnen ze niet meer opstijgen en zitten in de val. Ondanks pogingen van welwillende expats om de dieren met slachtafval bij te voeren zijn ze meestal ten dode opgeschreven.

Rond het middaguur keren we terug naar het campement voor de lunch. ’s Middags nemen we een kijkje bij de palmentuin en Baie d’etoile, een vogelrijke baai op het schiereiland.

Om 20 h dineren we in een nabijgelegen Spaans restaurant.

Cap Blanc
Monniksrob

Dag 10 - Nouadhibou (MR) naar Iwik (MR)
Totaal: 270 km
200 km geasfalteerde weg
70 km woestijnpiste
Ontbijt om 8:00

Wederom een ontbijt in Pleine Lune. Rond de klok van 9:30 h vertrekken we naar Iwik in de Banc d’Arguin. De route is dezelfde als eergisteren.  Rond het middaguur nuttigen we weer een lunch in Chamy. 

Daarna rijden we weer enkele kilometers terug richting Nouadhibou en slaan dan een onverhard pad de woestijn in. Dit is het domein van de renvogels, witbandleeuwerikken en diverse tapuitsoorten.

Spannend is de passage van een duinenrij op 10 kilometer van de asfaltweg. Aan de hand van de gps is het dan nog zestig kilometer in zuidwestelijke richting naar Iwik. Na een tussenstop in Cap Tafarit arriveren we daar aan het eind van de middag.

We overnachten op camping die aangelegd is door Sidi Ely, de baas van de vogelgidsen van Iwik. Zijn zus Zaikouna beheert de camping. 

Het wetenschappelijk centrum van de Banc d’Arguin ligt op loopafstand van de camping. Vertegenwoordigers van het NIOZ op Texel en de RuG in Groningen zijn hier soms aan het werk. Wanneer dat het geval is maken we ’s avonds een bezoekje.

In de woestijn op weg naar Iwik
Vogelen na aankomst in Iwik

Dag 11 - Boottocht naar Nair 
Totaal: 22 km
2 km piste
20 km zeilen

Vers bedoeïnenbrood 's ochtends bij het ontbijt. Daarna naar het vissersdorp, een kilometer verderop. Aanmonsteren op een zeilboot (lanche) met driehoekig Arabisch zeil. Die brengt ons naar het eiland Nair. Een tocht waarbij jagende Jan van Genten, sterns en laagovervliegende stormvogels voor afleiding zorgen. Vaak ook nog begeleid door een groep nieuwsgierige dolfijnen.

Nair is een hoogwatervluchtplaats. Tijdens hoogwater komen duizenden vogels aangevlogen. Rijen pelikanen, lepelaars, flamingo’s, aalscholvers. Maar de wolken met tienduizenden steltlopers zorgen voor het meeste spektakel. Als de omstandigheden (het tij en de wind) meezitten is dit een waarlijk hoogtepunt van de reis.

Het is moeilijk te voorspellen wanneer we weer terug zijn. De sterkte en de stroming en de richting van de wind bepalen dat. Meestal is het rond de klok van 18 h.

Diner 20 h

Zeilexpeditie met Arabische zeilboten naar de vogeleilanden
Vogelmassa Banc d'Arguin

Dag 12 - Bootocht naar Nairumi en Tidra 
Totaal - 22 km
2 km piste
20 km zeilen

Op de tweede dag van ons bezoek aan de Banc d’Arguin stappen we wederom op de zeilboot. Deze keer varen we naar de het grote eiland Tidra. Dit was ooit onderdeel van het vaste land maar door het stijgen van de zeespiegel enkele duizend jaar geleden werd het een eiland. Op Tidra komt nog een kudde dorca gazelles voor. Een soort die door bejaging in dit deel van de Sahara vrijwel uitgestorven is.

Er is geen specifiek programma voor vandaag. We varen door de geulen en zullen ongetwijfeld weer honderdduizenden vogels zien. Er is gelegenheid  een hengeltje uit te werpen en de beide bootslui zullen, net als gisteren, van de eventuele vangst een fijn maal bereiden.

We proberen zo ver mogelijk te komen, maar moeten in ons achterhoofd houden dat de terugweg zwaar is. Niet alleen de aflandige wind maar ook de sterke stroming in de geulen tijdens afnemend tij is een factor.

Vertrek van de boten bij Iwik
Opvliegende vogels tegen achtergrond Tidra

Dag 13 - Iwik - Nouakchott 
Totaal: 239 km
90 km geasfalteerde weg (goede staat)
70 km strand
79 km piste
Ontbijt 7:30 h

Na het ontbijt vertrekken we om een uur of 9 uit Iwik. De route gaat door de Azzefâl duinen naar Nouamghâr, het grootste en meest zuidelijke dorp van de Banc d’Arguin. Nadat we de duinen voorbij zijn arriveren we aan de Baie de St Jaen, een ondiepe watergeul waarvan de oevers vol zitten met visarenden en reigers. 

De afgelopen dagen hebben we al verscheidene mangroves gezien. Rest-populaties uit de tijd dat er nog een oerrivier in dit gebied mondde. Het gaat dan ook om de meest noordelijke mangroves ter wereld. Bij Nouamghar liggen ze dicht aan de oever. Daarom stropen we broekspijpen op om uit te vinden wat voor vogels er in voorkomen. 

Vanaf Nouâmghar is er een asfaltverbinding met de N4, Nouadhibou – Nouakchott. Afhankelijk van het tij kiezen wij er voor om over het strand te gaan. Een bijzondere ervaring. Kolonies meeuwen en andere zeevogels vliegen voor ons op. Soms begeleiden dolfijnen ons in de branding.

Na 70 km komen we aan in het plaatsje Tioulit, waar de N4 op minder dan een kilometer van de kust loopt. Het is dan nog 90 km tot Nouakchott waar we weer ons intrek nemen in de annexe van Auberge  Menata.

Walvisresten bij Nouamghâr
Ritje over het strand

Dag 14 - Nouakchott (MR) - Saint Louis (SN)
Totaal: 320 km
150 km geasfalteerde weg (slechte staat, onder constructie)
150 km geasfalteerd (uitstekende staat)
20 km piste

Onmiddellijk na het ontbijt op weg naar Rosso. We hopen daar rond het middaguur aan te komen. Hoewel Rosso bij overland-reizigers de naam heeft een van de lastigste grensovergangen van Afrika te zijn, zal dat met behulp van onze 'fixer' wel meevallen. We gaan er in ieder geval van uit dat we om 14 uur weer verder kunnen.

Op een half uurtje van Rosso komen we aan bij Reserve Naturelle de Tocc Tocc aan de oevers van Lac de Guer. Dit park is niet alleen bekend van de vele vogels, maar vooral omdat het de beste plek is om de West-Afrikaanse Manatee (zeekoe) te zien.

Vanaf Tocc Tocc is het nog een uurtje rijden naar Saint Louis. Daar nemen we voor onze intrek in het fameuze Hotel Dior. Een van de leukste hotels van Senegal met een uiterst vriendelijke staf. Het ligt op de zogenaamd Hydrobase, de smalle landtong aan de kust. Aan het begin van de vorige eeuw was dit een tussenstation voor postvliegtuigen van Europa naar Zuid-Amerika.

Ferry bij Rosso
Toegang reservaat Tocc Tocc

Day 15 - Saint Louis (SN) - Dakar (SN)
Totaal: 220 km
220 km geasfalteerd (goede staat)

Ontbijt: Vrij (tot 10 uur)

De laatste dag van de trip. Een ochtend waarop even niets hoeft of moet. Hotel Dior is een paradijsje, dus naar verwachting zal er na twee intensieve weken niet veel behoefte zijn aan inspannende activiteiten.

Rond het middaguur schudden we het personeel de hand en rijden we naar het centrum. Daar zetten we ons neer op het terras van het prachtige koloniale Hotel de la Poste. Vlak bij de beroemde brug die oorspronkelijk bedoeld was om de Donau bij Boedapest te overspannen, maar waarvoor door het uitbreken van de eerste wereldoorlog een andere bestemming gezocht moest worden.

Uiteraard gelegenheid voor een culturele wandeling door de koloniale binnenstad  die op de Unesco World Heritage lijst staat. En voor wie het niet kan laten, onderaan de brug tilt het op van de watervogels.

Om 16 h gaan we op pad naar Dakar waar we na aankomst gaan eten. Na het diner is het tijd om naar het vliegveld te vertrekken. De vlucht is om 23.30 h 

De historische stad Saint Louis
Hotel Dior