Dag 1 - Amsterdam - Gambia 

Vlucht Schiphol Gambia. Aankomst 23:30 uur.  De X-Trails staan op het vliegveld en nemen u mee naar Leybato Beach hotel in Fajara. Omdat de keuken van Leybato op het uur van aankomst gesloten is is er gelegenheid tot een hapje bij een Libanees restaurant in Fajara.

Tussenstop op een regenachtig vliegveld in Europa

Dag 2 - Leybato - Diverse vogelplekken West-Gambia

Vogelgids Ebrima Korita laat ons de mooiste vogelplekjes in het westen van Gambia zien. Onder meer Kotu Bridge, Brufut Woods en Tujering. We overnachten weer in Leybato Beach Hotel.

Leybato
Tujering

Dag 3 - Leybato - Abuko - Marakissa

Bezoek Abuko reserve, daarna door naar Marakissa River Camp ten zuiden van Brikama. Een waar vogelparadijs bij Joop en Adama.

Abuko
Marakissa

Dag 4 - Marakissa - Tendaba River Camp

Rit van Marakissa naar Tendaba met onderweg diverse stops om te vogelen. Lunch bij Kalaghi Bridge. Korte trip naar  Kiang West, daarna door naar Tendaba.

Marakissa River Lodge
Omgeving Kiang West

Dag 5 - Tendaba - boottocht mangroves - Tendaba

Om 8:00 boottocht door de mangroves aan de overkant van de Gambia-rivier Doelsoorten zijn onder andere de Afrikaanse watertrapper en goliathreiger. Wanneer aan het eind van de middag de ergste hitte voorbij is maken we een uitstapje in de omgeving van Tendaba. Kans op de noordelijke hoornraaf.

Boottocht door mangroves
Noordelijke Hoornraaf

Dag 6 - Tendaba - Diama (Senegal)

Ontbijt om 7 uur. Daarna snel naar de ferry voor de eerste boot. Na de boot volgt de grensovergang. In Kaolack lunch bij de aimabele Libanees Anouar van restaurant Le Brasero.

In de omgeving van Kaolack uitkijken voor de zwaluwstaartwouw die hier regelmatig in de lucht zit.

Grote kans dat we op een groep gieren stuiten die zich te goed doet aan een doodgereden stuk vee. Vijf soorten zijn mogelijk, waaronder de zeldzame oorgier (bij Louga) en de rüppelsgier

Touba is het religieuze centrum van de Mouriden, de belangrijkste islamitische sekte van Senegal. Inmiddels na Dakar de tweede stad. In het centrum staat een moskee (de grootste van Afrika zuidelijk van de Sahara). 

Noordelijk van Touba doen de baobabs een stapje terug ten gunste van de acacia's.

Rond een uur of zeven aankomst Campement Maka Diama in de omgeving van Saint Louis.

Ferry Farrafenni
Gieren op het karkas van een ezel

Dag 7 - Diama - Djoudj - Diama

Na een ochtendwandeling over het campement aan de oever van de Senegal-rivier vertrekken we richting Djoudj. De weg er naar toe is al een belevenis. De vogelrijkdom van deze streek beperkt zich niet enkel tot de grenzen van het park.

De hoofdroute voert over een dijk met goed uitzicht op de vogels in de moerassen. Aan het eind van de dijk is een meertje waarvandaan excursies worden georganiseerd naar de nestkolonie van de pelikanen.

Haaks op de dijk lopen twee zandwegen het park in. Aan de eerste staan enkele vogelhutten (miradors). Aan het eind van de middag rijden we  het tweede pad op. Helemaal aan het eind is kans op kroonkraanvogels en (met een beetje geluk) Arabische trap.

Entree Djoudj
Uitzicht vanaf uitkijktoren Khar

Dag 8 - Diama - Diawling - Rosso (Mauritanië)

Op slechts 2 kilometer van het campement, bij de barrage (stuwdam) van Diama,  is de grens van Senegal naar Mauritanië. Daar zijn we wel even zoet, omdat voor ieder een biometrisch visum geproduceerd moet worden.

Daarna bevinden we ons in de Mauritaanse tegenhanger van Djoudj. De (onverharde) weg naar Rosso ligt op de dijk die langs de rivier de Senegal loopt.

Na de controlepost van het park is links een meer met duizenden flamingo's en misschien nog wel meer witwangfluiteenden en zomertalingen. Daarna komen we bij een moeras met krokodillen en nijlvaranen. Elke kilometer verandert het landschap en dus de vogelsoorten. Een daglijstje van honderd verschillende vogels is mogelijk.

In de rijstvelden voorbij het park zijn vorig jaar nog tweeduizend grutto's geteld. Ook grijze wouwen zijn hier vrijwel altijd aanwezig. Tegen de avond vliegen hier miljoenen wevers in wolken aan de horizon van de rijstvelden naar hun slaapplaatsen.

In Rosso is er de keus om te overnachten in Hotel Chamaama, of om te kamperen op een plek 20 kilometer verderop waar de gouden nachtzwaluw algemeen is.

Stuwdam over de Senegal rivier bij Diama
Veel vogeldiversiteit in Diawling

Dag 9 - Rosso - Nouakchott

De mensen die overnachten in het hotel worden opgehaald en meegenomen naar het kamp in de duinen. Daar is nog wat gelegenheid om te vogelen.

Daarna rijden we over een piste langs de met acacia's begroeide duinen tot aan een geïrrigeerd landbouwgebied. In de duinen zitten veel apen en grondeekhoorns. Ook landschildpadden worden er aangetroffen. Wat betreft de vogels spelen roofvogels waaronder slangenarend en dwergarend de hoofdrol.  
Uiteindelijk komen we weer aan bij de dijk voor de Senegal,-rivier waarover we richting Rosso rijden. Van hier rijden we naar de hoofdstad Nouakchott. We lunchen halverwege in Tiguent
In Nouakchott rijden we naar de visafslag waar aan het eind van de middag de vis aan land wordt gebracht. Een kleurrijk schouwspel.

Overnachting in Auberge Menata.

Vogelen in de duinen bij Rosso
Visafslag Nouakchott

Dag 10 - Nouakchott - Iwik (Banc d'Arguin)

Het landschap is dor en saai de eerste honderd kilometer vanuit Nouakchott. Daarna beginnen de Azzefâl duinen. De hoogste daarvan bevinden zich op 135 km van de hoofdstad. Daar uiteraard een stop. 

De schildraven die we tot nu toe voornamelijk zagen hebben plaats gemaakt voor bruinnekraven, waarvan er tientallen bij elke nomadencampement zitten. In de acacia's langs de weg zitten soms woestijnmussen en bruinruggoudmussen. 

De lunch nuttigen we bij het Relais de Chamy. Woestijnmusen hopen een kruimeltje mee te pikken. Om de hoek ligt het bezoekerscentrum van de Banc d’Arguin waar we uiteraard even aansteken.

Enkele kilometers verder passeren we de in slechts twee jaar uit de grond gestampte stad Chamy (tbv de nabijgelegen goudmijn Tasiast van het Canadese Kinross) en slaan daarna een onverhard pad de woestijn in. Dit is het domein van de renvogels, witbandleeuwerikken en diverse tapuitsoorten.

Spannend is de passage van een duinenrij op 10 kilometer van de asfaltweg. Aan de hand van de gps is het dan nog zestig kilometer in zuidwestelijke richting naar Iwik. Daar hopen we aan het eind van de middag te arriveren op de camping.

Het wetenschappelijk centrum van de Banc d’Arguin ligt op loopafstand van de camping. Vertegenwoordigers van het NIOZ op Texel en de RuG in Groningen doen hier hun werk. 's Avonds na de maaltijd gaan we op visite.

Onderweg in de woestijn naar de Banc d'Arguin
Vogelen Iwik

Dag 11

Vers bedoeïnenbrood 's ochtends bij het ontbijt. Daarna naar het vissersdorp, een kilometer verderop. Aanmonsteren op een zeilboot (lanche) met driehoekig Arabisch zeil. Die brengt ons naar het eiland Nair. Een tocht waarbij jagende Jan van Genten, sterns en laagoverliegende stormvogels voor afleiding zorgen. Meestal begeleid door een school nieuwsgierige dolfijnen.

Nair is een hoogwatervluchtplaats. Tijdens hoogwater komen duizenden vogels aangevlogen. Rijen pelikanen, lepelaars, flamingo’s, aalscholvers. Maar de wolken met tienduizenden steltlopers zorgen voor het meeste spektakel. Als de omstandigheden (het tij en de wind) meezitten is dit een waarlijk hoogtepunt van de reis.

Het is moeilijk te voorspellen wanneer we weer terug zijn. De sterkte en de stroming en de richting van de wind bepalen dat. 

De boot vertrekt uit Iwik
Vogelmassa's op de Banc d'Arguin

Dag 12 - Iwik - Nouadhibou

Na weer een ontbijt met vers bedoeïnenbrood, verlaten we om een uur of negen Iwik. We rijden dezelfde weg terug naar het asfalt en slaan af naar het noorden richting Nouadhibou. Vogelplekken bij oued Chibika en Bou Laounar. Woestijnsoorten als tapuiten, klapeksters, leeuweriken, prunia's e.d.

Vanaf Bou Laounar (80 km voor Nouadhibou) rijden we parallel aan de ijzerertsspoorlijn waarover de langste treinen ter wereld (tot 2 km lang) rijden. 

Terug naar de stad. Campement Baie de Levrier is onze overnachtingsplek. Een etentje in een Senegalees restaurantje is een leuke wijze om afscheid te nemen van zwart-Afrika

Vogelen in Oued Chibika
Baie d'Etoile

Dag 13 - Nouadhibou - Cap Blanc - Barbas (Lamhairiz)

Ontbijt in het op loopafstand van het campement gelegen La Plein Lune.

Daarna naar Cap Blanc aan het uiteinde van de landtong waarop de stad ligt. Hier veel zee- en roofvogels. De laatste jaren ook kleine groepjes (Europese) vale gieren en is er zelfs een Rüpelsgier gesignaleerd. 

En niet te vergeten de laatste monniksrob waarvoor een heus bezoekerscentrum is gebouwd.

Aan het begin van de middag op weg naar de Westelijke Sahara.  De grenspassage van Mauritanië naar Marokko is sneller dan omgekeerd. Desalniettemin zijn we er een paar uurtjes zoet.

Vanaf de grens is het nog een uurtje rijden naar motel Barbas. Een in klassieke stijl opgetrokken grotesk gebouw van drie etages. Het is er lekker eten, douchen en slapen. En er is wi-fi. Inchallah.

Sternen kolonies bij Cap Blanc
De monniksrob

Dag 14 - Barbas (Lamhairiz) - Aousserd (Oued Jenna)

 Hoewel grote delen van de 1200 kilometer lange route langs de kust van de Westelijke Sahara uitgesproken saai zijn valt er vanochtend nog wel het een en ander te zien. Het deel langs de Baai van Cintra vindt de Michelinkaart zelfs een groene lijn waardig. Bovendien stuit de wandelaar hier bij vrijwel elke stap op restanten uit de prehistorie. Vuurstenen arctefacten en zelf enkele complete ongeregistreerde grafheuvels. Want net als andere delen van de Sahara is dit gebied archeologisch nauwelijks nog in kaart gebracht.

Enkele tientallen kilometer voor bij de afslag naar het strand van Puerto Rico passeren we de Kreeftskeerkring, waarmee we officieel de tropen verruilen voor de subtropen.

Kort voor de afslag naar het schiereiland waarop Dakhla, de tweede stad van de Westelijke Sahara, ligt, slaan we af naar het binnenland. Daar arriveren we aan het eind van de middag bij de naar woestijnbegrippen overvloedig begroeide oued Jenna. Een bij vogelaars populaire plek om vogels van de Sahara waar te nemen. We slaan er een tentenkamp op en koken een potje 'rijst met prut'. De schitterende woestijnnacht krijgt u er gratis bij.

Westelijke Sahara ter hoogte van Baai van Cintra
En toch zijn er vogels....

Dag 15 - Aousserd - Dakhla

Bij het krieken van de dag wakker worden in deze vogeloase in de woestijn. Met een broodje tonijnsalade en een beker koffie in de hand op zoek naar de niet alledaagse soorten die hier met grote regelmaat worden waargenomen. 

Rond een uur of half tien is het tijd om op te breken en rijden we terug naar de kust. In de 'oksel' van de landtong van Dakhla ligt een met dicht zeegras begroeid waddengebied waar veel zeevogels te zien zijn.

Een onverwacht schouwspel aan het begin van het schiereiland waarop Dakhla ligt: kitesurfers. Vanuit de hele wereld trekken die hier naar toe. Ook staan er honderden campers van overwegend Franse overwinteraars.

Daarna rijden we door naar camping Moussafir bij de poort van Dakhla. Het Spaanse restaurant Casa Luis biedt ons voor het eerst in een week weer de gelegenheid tot een biertje of wijntje bij het eten.

Oued Jenna bij Aousserd
Meeuwen bij Dakhla

Dag 16 - Dakhla - Laayoune

Na het ontbijt een uitstapje naar het puntje van de landtong. Een populaire plek om zeevogels waar te nemen. Meeuwensoorten, sterns, stormvogels en jan-van-genten. 

Daarna richting de langste etappe van de reis: 550 kilometer. Hoewel vele delen saai en eentonig, toch voldoende interessante plekken voor een stop. We noemen: de plek waar grote fossiele jacobsschelpen voor het oprapen liggen, de bloemenpracht in de nabijheid van het restaurant Oued Craa (lunch) en vooral de kliffen van N'Amiya, die misschien wel de fraaiste kijk op de kustlijn bieden. Bovendien zandrozen en fossielen. 

Laayoune net als Dakhla een grote moderne stad. Indien we arriveren voor het invallen van de avond een kijkje bij de Saquia Al Hamra, de rivier met een keur aan watervogels.

We verblijven in Hotel Mekka (of gelijkwaardig). Een prima visrestaurant om de hoek.

De bloemenvallei tussen Dakhla en Boujdour
De kliffen van n'Amya

Dag 17 - Laayoune - Tiznit

In de ochtendschemering een kort bezoek aan de nabijgelegen Saquia Al Hamra.  De afgelopen jaren wemelde het er van de marmereenden (elders zeldzame waarneming). Verder steltkluten, dodaars, geoorde futen, zwarte ibissen en koereigers. Daarna terug naar de stad voor ontbijt.

Even voorbij Cap Tarfaya (hier zijn met de scoop de Canarische eilanden zichtbaar) ligt het Khenifiss Nationaal Park. Aan het begin van de Khenifiss-lagune wordt zout gewonnen in zoutpannen. Geen vogel te bekennen, maar leuk voor een kijkje.

Khenifiss ligt om een lagune (Lac Naila) die door een rij zandduinen is afgeschermd van de oceaan. Bij laag water is een wandeling over de drooggevallen platen. mogelijk 

Lunch in Akhfenir. In de hoofdstraat keur aan restaurantjes die hun achterdeur op de Atlantische Oceaan hebben. Verser kun je de vis niet hebben.

Na de lunch ongeveer 20 km landinwaarts naar de canyon van Oued Zahar. Met wat geluk zijn hier tal van roofvogels. 

Voorbij Akhfenir monden (tijdelijk watervoerende) rivieren (wadi's) uit in de Atlantische Oceaan. Deze estuaria met water, rotsen en zandduinen bieden mooie landschappen en zijn het decor voor veel vogels.

Door naar Tan Tan voor overnachting.

Khenifiss, een lagune tussen de duinen van de Sahara
Oued Zahar

Dag 18 - Tan Tan - Tiznit

Tan Tan is een grote stad in het zuiden van Marokko. De weg naar de andere grote stad Guelmim voert door een steppegebied tussen de uitlopers van de Anti-Atlas en Jebel Bani. Veel roofvogels in de lucht, waaronder grijze wauw, bruine en grauwe kiekendief, slangenarend, arendbuizerd en havikarend.

Bij de palmerie Aouzeralt maken we een halt. Hier hebben we in het verleden interessante waarnemingen gedaan, waaronder de woestijnoehoe.

Een paar kilometer verder liggen de drinkwaterbassins van Guelmiim. Hier zitten marmereenden, casarcas en andere watervogels. 

Na de grote stad Guelmim steken we de Anti Atlas over, met zijn typische vegetatie van cactussen, argaanbomen en euphorbia’s. 

We overnachten en eten in hotel Riad, Tiznit.

De omgeving van palmerie Aouzeralt
De drinkwaterbassisn bij Guelmim

Dag 19 - Tiznit - Massa - Agadir

Zondag - Na het ontbijt in het hotel richting Massa, een vogelpark 50 km verderop. Daar brengen we de ochtend zoet. Een wandeling van ongeveer 5 kilometer naar de monding. Voor wie dat te ver is kan de afstand moeiteloos ingekort worden. Links de rivier met flamingo’s, reigers visarenden lepelaars en vele andere watergebonden vogels. Aan de rechterkant zangvogels in de struiken waaronder de diadeemroodstaart. Landinwaarts naar een moerasgebied met de marmereend en zwarte ibissen. Ten slotte met de gids op zoek naar de kolonie hermemietibissen, de soort waaraan het park haar bekendheid geniet.

Rond de klok van 14 uur reizen we naar Agadir voor de terugvlucht naar Amsterdam.

Er is een optie om de volgende dag (of indien gewenst later) vanaf Marrakech terug te vliegen. 

Blik over de monding van Oued Massa
Heremietibissen