Dag 1 Vlucht Amsterdam - Casablanca - Dakhla

Aankomst 23:30. Transit Hotel Erraha.

 

Weg naar schiereiland Dakhla

___________________________________________________________________________________________

Dag 2: Dakhla - Imlili - Dakhla

Uitstap naar Sebkha met 150 bronnen en guelta’s (permanente watervoorkomen in de woestijn als gevolg van waterdichte onderlaag) waarin restpopulaties Guinea Tilapia’s voorkomen.  Veel vegetatie bestaande uit riet en tamarisken waarin vele vogels zich schuilhouden.  In de ochtend en de avond door vele zandhoenders bezocht. Regelmatig wordt hier de kraagtrap gezien.

Imlili
Sebkha Imlili

___________________________________________________________________________________________

Dag 3: Dakhla – Aouserd

’s Ochtend naar de zee voor stormvogels. Daarna tweedaagse uitstap naar Aousserd.  Kamperen in Oued Jenna, ongeveer 20 kilometer voor Aousserd. Beroemde plek onder vogelaars waar veel soorten voorkomen die normaalgesproken in het zuidelijk deel van de Sahara en de Sahel algemeen zijn, zoals de bruinruggoudmus,  zwartkruivinkleeuwerik, krekelprinia, goudgele babbelaar.  En in de nacht met een beetje geluk de goudgele nachtzwaluw.

Dakhla
Oued Jenna

___________________________________________________________________________________________

Dag 4: Aouserd – Barbas

 Na een ochtendrondgang door Oued Jenna en het opbreken van het kamp rijden we de weg terug naar de kust. Onderweg zijn er vele interessante vogelplekken  We kijken nog wat rond bij de kust ter hoogte van het strand bij Puerto Rico en rondom de baai van Cintra.  Leeuweriksoorten en tapuiten zijn hier daar algemeen in de tamarisken bij de diverse sebkhets onderweg.

Baai van Dakhla
Cintra

___________________________________________________________________________________________

Dag 5: Barbas - Nouadhibou

Na een overnachting in het comfortabele hotel Barbas zorgen we dat we om negen uur bij de grens zijn. Bij het laatste tankstation in de Westelijke Sahara heeft een Temmincks strandloper een vaste plek. In de regel neemt de grensovergang een halve dag in beslag. Een lokale ritselaar heeft een deel van de formaliteiten al voor rekening genomen. In het 50 km verderop gelegen Nouadhibou kwartieren we ons in Campement Baie de Levrier.  Vervolgens rijden we door naar Cap Blanc aan het eind van het schiereiland. Veel zeevogels hier en bovendien de enige plek ter wereld waar de zeldzame monniksrob te zien is.

Cap Blanc
Monniksrob

___________________________________________________________________________________________

Dag 6: Nouadhibou - Iwik

Na het ontbijt in de voor Mauritaanse begrippen chique expat-locatie Pleine Lune rijden we naar Baie d’Etoile net even buiten de stad. Hier veel zee- en watervogels. Na hier een uurtje rondgezworven te hebben rijden we de woestijn in op weg naar Iwik. In de rijkelijk met vegetatie begroeide droge rivierbeddingen van onder meer Oued Chibika leeuweriksoorten, waaronder de hier algemene witbandleeuwerik. Ook de renvogel is algemeen. Tegen de avond komen we aan in Iwik, de hoofdplaats van de Banc d’Arguin.  

Woestijnroute naar Iwik
Vogelen Iwik

___________________________________________________________________________________________

Dag 7: Iwik - Banc d'Arguin - Iwik

Na het ontbijt monsteren we aan in een van de lanche’s (zeilboten met driehoekig zeil) die ons naar de eilanden voor de kust brengen. Voor de kust van de Banc d’Arguin liggen met zeegras begroeide zandplaten die tijdens laag water droogvallen. Hier scharrelen de miljoenen vogels - voornamelijk steltlopers - naar hun kostje. Tijdens hoogwater concentreert deze vogelmassa zich op enkele hoogwatervluchtplaatsen, waaronder het eiland Nair. Ongeveer twee uur voor vloed gaan de boten bij Nair voor anker en wachten we op de honderduizenden steltlopers, pelikanen, flamingo’s en lepelaars die zich in veiligheid brengen voor het hoge water.

Op weg naar de vogeleilanden
Vogels op Nair

___________________________________________________________________________________________

Dag 8: Iwik - Nouamghar – Nouakchott

’s Ochtends vertrekken we voor een rit door de woestijn naar Nouamghar, aan de zuidelijke grens van het reservaat, waar evenals bij Iwik mangroves (de noordelijkste ter wereld) te vinden zijn. Alleen bij Iwik zijn ze onbereikbaar. Hier kunnen we er met de opgestroopte broekspijpen naar toe waden. Weliswaar niet de vogelmassa’s die we gisteren bij Nair hebben gezien, maar best interessant genoeg om een poosje zoet te zijn. Over de vloedlijn van het strand rijden we – terwijl soms in zee dolfijnen ons begeleiden - van Nouamghar naar het vissersdorp Tioulit.  Hier gaan we van het strand, wat met het mulle zand niet eenvoudig zal zijn, en rijden weer naar het asfalt. Van Tioulit is het 90 kilometer naar Nouakchott, waar we overnachten in de annexe van Auberge Menata.

Walvisresten bij Nouamghar
Strandrit Nouamghar Tioulit

___________________________________________________________________________________________

Dag 9: Nouakchott – Atar

Na het ontbijt maken we een rit van 400 km naar het Adrar-gebergte in Centraal Mauritanië.  Onderweg bezoeken we Terjit, een van de schilderachtigste en vogelrijkste oases van de Sahara. In de stad Atar enkele kilometers verderop verblijven we bij de Nederlander Just Buma van camping Bab Sahara.

Binnenland Mauritanië nabij de Adrar-bergen
Witkruintapuit

___________________________________________________________________________________________

Dag 10:  Atar – Ouadane

Vandaag gaan we nog dieper de Sahara in. Het eerste stuk is ronduit spectaculair over de pas van Amoghjar. Met de scoop turen in de rotswand aan de overkant van het ravijn waar meestal nesten van roofvogels te vinden zijn. Ook de woestijnoehoe huist hier tussen de rotsen.  Het asfalt houdt op, maar de piste (onverharde weg) is in goede staat. We rijden via Chinguitty (een oude karavaanstad) naar Ouadane. Eveneens een oude karavaanstad gelegen tegen de rand van de mysterieuze ‘oog van de woestijn’, de Guelb Al Richat.  Ten noorden van Ouadane ligt een ‘foret’-  een voor woestijnbegrippen dicht begroeid gebied waar het goed vogelen is. Vorig jaar werd hier de grijsgroene specht gezien. De eerste waarneming van deze soort in de WP. Het ‘bos’bij Ouadane ligt namelijk op de rand van de WP. We overnachten op de enige camping die Ouadane rijk is.

Klipdas
Rotswand met roofvogelnesten

___________________________________________________________________________________________

Dag 11:  Ouadane – Atar

’s Ochtends  maken we eerst nog een rondje door het ‘bos’ van Ouadane, alvorens we terugkeren naar Atar om weer bij Just overnachten

Bruinruggoudmus
Guelb Er Richat, het oog van de Sahara, bij Ouadane.

___________________________________________________________________________________________

Dag 12: Atar - Nouakchott

Op de terugweg van Atar vogelen we in een dichtbegroeid acaciabos ten zuiden van de stad Akjoutj.  De andere kant van de weg is nagenoeg onbegroeid woestijn waar her en der grote brokken versteend hout te vinden zijn.  Ons bed stad weer klaar in Auberge Menata. Nadat we ons daar geinstalleerd hebben maken we facultatief een kort uitstapje naar de visafslag. Daar wordt aan het eind van de middag met kleurige pirogues de vangst aan land gebracht en brengen vrouwen de exotische vissoorten aan de man.

Weg door de duinen
Visafslag Nouakchott

___________________________________________________________________________________________

Dag 13: Nouakchott - Diama: Diawling

 In de ochtend een drie uur durende (200 kilometer) lange rit naar Rosso aan de grens met Senegal. Een rit waarin het landschap spectaculair verandert. Rijden we halverwege bij Tiguent nog door de zandduinen van de Sahara, bij Rosso zijn die duinen bedekt met Acacia-bomen. Ook de avifauna verandert mee. Steeds meer Afrotropische soorten duiken op. Vooral de soorten van de droge sahel. We maken een rondje door het de landbouwvelden rond Rosso met veel van de Senegal-rivier afgetakte irrigatiekanalen. Na aankomst bij het hotel maken we zolang de duisternis het toelaat en wandeling en zien we hoe zwermen wevers van de rijstvelden terugkeren naar hun slaapplaatsen 

Duinen bij Keur Macen
Kroonkraanvogel in Diawling

___________________________________________________________________________________________

Dag 14: Diama - Djoudj

Na het ontbijt rijden we over een goede asfaltweg naar het dorp Keur Macene in de Senegal delta. Niet ver daar vandaan begint het Parc National Diawling. Een van de beste plekken om te vogelen in de Senegaldelta. En plek die niet onder doet voor het veel bekendere Djoudj aan de overkant van de rivier in Senegal. In vergelijking met de afgelopen dagen in de woestijn is de soortenrijkdom hier enorm. Het gebied herbergt niet alleen endemen maar ook talloze migratiesoorten uit Europa. Tegen een uur of vier zijn we bij de Senegalese grens.  We steken die over en rijden 30 km door naar Saint Louis waar we ons intrek nemen in Hotel Dior.

Djoudj, entree
Djoudj vanuit uitkijkhut

___________________________________________________________________________________________

Dag 15: Saint Louis - terugvlucht

Omdat het vliegtuig pas tegen middernacht vertrekt doen we het vandaag rustig aan. Tot een uur of elf ’s ochtends staat het iedereen vrij om te doen wat hij wil. Uitslapen of een duik nemen in de pool. Een heerlijk ontbijtje in een schitterende ambiance op 100 meter afstand van het strand. ’s Middags nemen we een kijkje in de historisch binnenstad (UNESCO World Heritage). Later in de middag rijden we naar Gandiol voor een bezoek aan het reservaat Geumbeul waar gewerkt wordt aan een herintroductieprogramma’s voor woesrtijn antilopes als Dorca, Addax en Oryx.  Aan het begin van de avond koersen we richting de metropool Dakar.  Om 22 uur stappen we in het vliegtuig terug naar Amsterdam.

Saint Louis
Gieren langs de weg