DE REGENWOUDEN VAN GUINEE

Gambia is onder Nederlandse vogelaars een populair vogelland. Eigenlijk een beetje vreemd voor zo'n klein land met een tamelijk eenvormig landschap en klimaat.

Zou het misschien zo zijn dat de hele regio een fantastische vogelregio is, maar de actieradius van Nederlandse vogelaars zich beperkt tot landen met een redelijke toeristische infrastructuur en waar men zich in het Engels kenbaar kan maken?

Want dat is het enige waarin Gambia zich onderscheidt van andere landen in de omgeving.

Elke Nederlandse vogelreisaanbieder heeft wel een of meerdere reizen naar Gambia in het programma, Maar reizen naar belangrijke vogelparken in West-Afrika als Djoudj (het derde belangrijkste ornithologische park ter wereld) en de Banc d'Arguin in Mauritanië waar 's winters vrijwel de gehele steltloperpopulatie van de Waddenzee verblijft, ontbreken bij de grote drie.


Goed, in dat gat zijn wij dus inmiddels gesprongen.

Maar we gaan verder. In de jaren negentig zijn we een paar keer vanuit Gambia verder gereden naar het zuiden. Naar Guinee en Ivoorkust. Dat waren reizen om nooit te vergeten. Met name de ongerepte regenwouden maakten grote indruk.

Maar rond de millenniumwisseling gebeurde er van alles in dit gebied. Burgeroorlogen in Liberia en Sierra Leone ontregelden de hele de hele regio. En toen de situatie na tien waar enigszins gestabiliseerd was brak de vreselijke ebola-epidemie uit. Maar gelukkig behoort ook dat tot het verleden. 

Tijdens onze reizen in de jaren negentig waren we regelmatig de eerste blanken waarmee de bewoners contact hadden. Guinee Forrestiere en in mindere mate het westen van Ivoorkust waren geen gebieden waar veel blanken zich waagden. Slechte wegen en een geen toeristische infrastructuur.

Vreemd genoeg zijn die wegen, hotels en restaurants er nu wel. Niet voor de toerist maar voor het legertje hulpverleners dat er de afgelopen jaren actief was. 

Tijd dus voor een verkenningtocht.


Voor zo ver er al informatie beschikbaar is over vogels in Guinee is die of wel afkomstig uit de kustgebieden, ofwel minimaal 20 jaar oud.  De noordelijk Fouta Djalon-regio komt er nog het minst bekaaid af. 

De bedoeling is om in november vanaf Banjul te starten. De ploeg is inmiddels compleet en de start is aanstaande.

We hebben de afgelopen maanden verschillende route-scenario's gehad. Aanvankelijk was het de bedoeling van Dakar naar Accra te rijden. Dat strandde op de vele kilometers en de lastige invoerbeperkingen voor auto's in Ghana.

Dan maar terug vanaf Ivoorkust. Het Taï-reservaat in het westen van Ivoorkust was namelijk een van de hoofdoelen. Maar in de adviezen van het ministerie van Buitenlandse Zaken staat expliciet de stad Taï vermeld als extreem gevaarlijk. En we moeten deze rit natuurlijk niet nog spannender maken dan ie al is. 


Omdat de focus van de rit vooral op Guinee ligt hebben we besloten er een circuit van te maken met Banjul als vertrek- en aankomstplek. Guinee heeft veel te bieden. Zowel op gebied van savannes als op het gebied van regenwoud. 

In ieder geval gaan we voor vertrek in Banjul nog een visum halen voor Liberia. Want daar ligt het Sapu-Forrest Park. Een nauwelijks bezochte plek in het regenwoud van Liberia. De vraag is of we het logistiek voor elkaar kunnen krijgen om er te komen. Er is namelijk veel onduidelijkheid over de weg er naar toe vanaf de grens van Guinee. Al met al wordt het een spannende onderneming.

Uiteraard zullen we onderweg verslag doen en na afloop verschijnt op deze plek een naar wij hopen fraai reisverslag.

_________________________________________________________________________________________________

DATA

Gambia - Guinee (vol)

Gambia - Guinee

6 november 2017 t/m
22 november 2017
5 oktober 2018 t/m
21 oktober 2018
 

_________________________________________________________________________________________________

DEELNEMERS

Bij deze reis is ruimte voor maximaal 10 deelnemers Met 2 gidsen komt het reisgezelschap op 10 personen. Er zijn minimaal 6 deelnemers nodig voor een gegarandeerd vertrek.