Grote Senegambia rondreis

 

 

Gambia en Senegal zijn twee landen die bekend staan om hun onovertroffen vogelwereld. Dat komt vooral door de twee rivieren waaraan beide landen hun naam danken. De Senegal-rivier in het noorden functioneert als een barrière tegen de woestijn. Het is een van de belangrijkste overwinteringsgebieden van trekvogels uit Europa. Daarnaast is er een grote verscheidenheid aan endemische soorten die bovendien in grote aantallen voorkomen. Zowel watergebonden vogels als vogels die zich thuis voelen in een droge omgeving. Want de (half)woestijn is nooit veel meer dan een paar honderd meter verwijderd van de oever. 

We starten deze reis in Dakar, de hoofdstad van Senegal. Na een eerste overnachting in een hotel aan de oever van het bekende Lac Rose (het Roze Meer) vertrekken we voor een rit naar het noorden van het land. Parc Langue de Barbarie ten zuiden van de monding van de Senegal-rivier is de tweede plek waar we overnachten. Daar worden we wakker te midden van pelikanen, lepelaars reigers en grote aantallen tropische vogels als de gonolek de barbarie (goudkapfiskaal) en neushoornvogels. Twee soorten die de nieuwe dag aankondigen met luid gekrijs.

Deze dag vertrekken we naar het vogelreservaat Djoudj, het op twee na belangrijkste ornithologische park ter wereld. Op geen enkele plek ter wereld vind je meer pelikanen dan hier. Daarnaast is het park is vooral bekend om zijn grote verscheidenheid aan soorten. Meer dan 100 soorten op een dag is wel zo min of meer gegarandeerd. Voor de zwarte kroonkraanvogel en de Arabische trap zullen we aan het eind van de dag wat extra moeite moeten doen om deze te zien, maar de kans daarop is reëel.

Via het uitgestrekte, met acacia’s en baobabs bedekte, landschap van centraal Senegal rijden we terug naar het zuiden. We zullen ongetwijfeld grote groepen gieren tegenkomen die zich tegoed doen aan doodgereden vee. De groepen bestaan soms uit wel vijf verschillende soorten. Vorig jaar zagen we zelfs een monniksgier, de vijfde waarneming ooit van deze soort voor Senegal.

In de omgeving van de stad Kaolack bezoeken we de slaapplek van ongeveer 25.000 zwaluwstaartwouwen. Een wouwensoort die in de winter vanuit heel West-Afrika naar de delta van de Sine Saloum trekt. De wouwen delen deze plek met zelfs nog meer kleine torenvalken. Een fantastische vogelervaring, uniek in de wereld.

Wanneer we de volgende dag dieper landinwaarts Senegal trekken zien we dat de acacia’s plaats maken voor reusachtige baobabs. Verschillende soorten glansspreeuwen, scharrelaars verschijnen op het toneel. In de omgeving van de stad Tambacounda is de kans groot dat we de noordelijke hoornraaf zien. Deze welhaast prehistorische vogels jagen soms in groepen van meer dan 100 stuks bij aangestoken bosbranden op kleine reptielen en zoogdieren die voor het vuur vluchten. 

Het Niokolo Koba park in het verre oosten van Senegal (tegen de grens van Mali en Guinee aan) is een bijzondere plek voor natuurliefhebbers. Er komen niet alleen 330 verschillende vogelsoorten voor, maar het is ook een van de laatste bolwerken van grote zoogdieren in West-Afrika. Leeuwen, olifanten, chimpansees, buffels, wilde honden en reuzenantilopen. Het Wassadou-campement, net buiten het park, is de perfecte uitvalsbasis voor vogelexpedities op zoek naar zeldzame soorten als de Afrikaanse watertrapper, de krokodilwachter of Pels visuil.

Na een verblijf van een paar dagen gaan we weer richting de kust. Dat doen we door Gambia. Via de 300 km lange weg die die in de lengte-richting  Oost-Gambia met de kuststreek verbindt. We overnachten in Janjangbureh (voorheen Georgetown) en in Tendaba. Een andere prachtige vogelplek in Gambia is Marrakissa Rivercamp. Alle ijsvogels van Gambia, inclusief reuzenijsvogel, zijn hier vertegenwoordigd. 

Na enkele dagen Gambia trekken we weer Senegal in. Tussen Gambia en Dakar vormen twee kleine rivieren een enorme delta. Een gebied met dode rivierarmen, poelen, kreken en mangroves. Een waar vogelparadijs. We overnachten in Sokone, 40 km van de Gambiaanse grens.

Onze laatste overnachting is aan zee op een campement bij het dorpje Palmarin. Wie bij die naam visioenen krijgt van blauwe zee en wuivende palmen komt niet bedrogen uit. We rijden op deze laatste dag naar Dakar waar we nog een bezoek brengen aan Isle de Madleine, het kleinste vogelreservaat. Een van de weinige plekken ter wereld waar de roodsnavelkeerkringvogel broedt.

Na een opfrisbeurt en een diner op de plek waar we de reis begonnen, Keur Salim bij Lac Rose, vertrekken we tegen 23:00 naar het vliegveld. 

DATA

Dakar - Djoudj - Niokolo Koba - Gambia - Dakar

9 december 2018 t/m
23 december 2018
 

_________________________________________________________________________________________________

DEELNEMERS

Bij deze reis is ruimte voor maximaal 9 deelnemers. Met 3 gidsen komt het reisgezelschap op 12 personen. Er zijn minimaal 6 deelnemers nodig voor een gegarandeerd vertrek.